Hongarije is niet altijd een zelfstandig land geweest. Sterker nog, het grootste gedeelte van de geschiedenis is Hongarije geen zelfstandige staat geweest. Het hoogtepunt van het rijk was het Oostenrijk-Hongaarse Rijk, dat ook vaak de Donaumonarchie genoemd wordt. Het land bestond tot 1918, wat niet heel toevallig ook het einde van de Eerste Wereldoorlog was.

Totstandkoming

Het Oostenrijk-Hongaarse rijk ontstond door een huwelijk, zoals destijds gewoon was. De Hongaren en de andere Slavische volkeren maakten onderdeel uit van het Oostenrijkse Rijk, maar hadden niet dezelfde status als de Oostenrijkers. Sterker nog, de Hongaren hebben lang moeten vechten om erkenning te krijgen binnen het rijk. Pas in 1866 lukte dit. De Oostenrijkers verloren van de Pruisische legers en Frans Jozef had de steun van heel zijn rijk nodig.

Er ontstond direct een probleem. De Hongaren kregen de status die zij wilden, en de Duitsers ook. Alle andere minderheden werden buitengesloten. Ook werd er een nieuwe grens getrokken, de historische grenzen werden vervangen door de Leitha.

Het grote probleem

Al snel blijk dat de dubbelmonarchie interne problemen zou krijgen waar het geen antwoord op had. Frans Ferdinand wilde autonomie voor de volkeren binnen de dubbelmonarchie en in Oostenrijk was dit het geval. De minderheden werden erkend en kregen een eigen status. In Hongarije gebeurde het tegenovergestelde. De Hongaren wilden na alle onderdrukking een eigen land scheppen en legden de Hongaarse taal als enige landstaal op. De minderheden werden niet erkend en werden onderdrukt om zo de positie van de Hongaren te verbeteren.

Dit alles mondde uit in de moord op Frans Ferdinand, waarna de Hongaren de politiek extra kracht bij zouden zetten omdat een minderheid aansprakelijk gehouden werd voor de moord. Dit zorgde voor de Eerste Wereldoorlog.

Politiek gezien was de opsplitsing geen succes. Er waren veel problemen met de beleidsvoering, waarbij constant geschipperd moest worden tussen de verschillende meningen en staten. Een echte unie is de dubbelmonarchie dan ook nooit geweest en het is de vraag of het ooit een unitaire staat had kunnen worden.

Na de Eerste Wereldoorlog

Tijdens de vredesbesprekingen van Versailles werden Oostenrijk en Hongarije gescheiden. Het werden twee aparte landen zodat de machten in centraal Europa beter verdeeld zouden worden. Voor de Hongaren betekende dit een autonomie, waarna meer werk besteed werd aan het uitsluiten van de minderheden. Hongarije heeft echter nooit de tijd gekregen om echt een politiek en een bestuur op te zetten, aangezien het alleen in het Interbellum de mogelijkheden had. Dit was exact de tijd die nodig was om te herbouwen en een staatsapparaat op te zetten, wat al moeilijk genoeg was met de crisis en de dreigingen van twee kanten.

Uiteindelijk zou Hongarije in de Tweede Wereldoorlog opnieuw het onderspit delven, waarna het na de bevrijding direct weer onderdrukt zou worden. Opvallend is echter dat de Hongaren gedurende deze eeuwen altijd een eigen identiteit hebben weten te houden en hier altijd zwaar op zijn blijven leunen, hoe extreem de externe druk in de tussentijd ook werd. Dit is anders dan in veel van de andere landen in het voormalig Oostblok, waarbij alleen Polen een sterke uitzondering is.

Het beste van Hongarije

Hongarije Bezoeken